De betere vraag

Kortjakje kreeg er dorst van…

De preek van afgelopen zondag ging over het ontvangen van de heilige Geest. Of toch niet? Ik ben er na een paar dagen nadenken nog niet uit. Maar misschien maakt het niet zoveel uit waar de preek nu precies over ging. Ik zal jullie wat gedachten noemen die in de preek voorbij kwamen.

Balans

Hoewel de preek begon over het ontvangen van de heilige Geest, het ontvangen van bijzondere gaven (zoals tongentaal), en de kracht van de Geest, benadrukte de spreker volgens mij vooral dat er balans nodig is. Balans tussen het Woord en de Geest, wel te verstaan.

Geen dwang

Een belangrijke eigenschap van de heilige Geest is dat Hij geen dwang gebruikt. Dit in tegenstelling tot Gods tegenstander, de duivel. Die gebruikt dwang en verslavingen om mensen in zijn straatje te laten lopen. Zo is God niet. God liet bijvoorbeeld aan Adam en Eva zelf de keuze om wel of niet van de boom te eten waarvan Hij verboden had te eten. Hierover moest ik even nadenken. Ja, inderdaad. Er stond géén hek om de boom heen waardoor ze niet bij de vruchten konden komen. Misschien – denk ik – is dat wel met méér dingen zo. Als je wilt zondigen is dat vaak heel makkelijk. Je kunt er zelf voor kiezen om op het verkeerde pad uit te komen. Zélf oppassen dus. En naar de heilige Geest luisteren, want die helpt je juist om op het goede pad te (blijven) gaan.

Verlangen

Wat de Geest wél doet: Hij wekt een verlangen in je naar meer van God. Ja, als ik één kernwoord uit deze preek zou moeten noemen is het verlangen. De heilige Geest wekt verlangens in je hart, zoals: ‘Van Uwentwege zegt mijn hart: zoekt Mijn aangezicht’ (Psalm 27:8). En: ‘want God is het, die (…) zowel het willen als het werken in u werkt’ (Filippenzen 2:13).

Omdraaien

De spreker kwam terug op de beginvraag of je de heilige Geest hebt. Die vraag kun je beter omdraaien, zei hij. Heeft de heilige Geest míj? Dat is belangrijk. Dat we voor Hem open staan. En toen zag ik opeens dat jongetje … De spreker vertelde over een predikant die na een preek over Johannes 7 zijn waterglas omhoog hield. Hij vroeg aan de mensen in de kerk wie er dorst had. Die mocht naar voren komen en uit dat glas drinken. Er kwam niemand, behalve een klein jongetje. (Waarom hij klompen aan zijn voeten had, weet ik ook niet, maar dat zei de spreker. Het zal wel een verhaal van wat langer geleden zijn.) En dat kleine jongetje nam het glas aan en dronk het leeg!

Blessings,
Kortjakje