Schapen en honden

Net als alle kinderen is Kortjakje dol op dieren. (Nou ja, op de meeste dieren dan, en als ze niet te dichtbij komen.) Wanneer de Bijbel over dieren spreekt, veert Kortjakje dan ook altijd op. Gelukkig heeft zij ook van de rest van de preek nog iets opgestoken.

Verloren schapen

De preek van afgelopen zondag begon met het lezen van Matteüs 15:21-28. Als Jezus door een niet-Israëlische vrouw gevraagd wordt om haar dochter te helpen, antwoordt Hij haar: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ En vervolgens vergelijkt Hij haar – met de beeldspraak die Hij gebruikt – in feite met een hond. Niet leuk!

De spreker legde uit dat Jezus weliswaar alle mensen van deze wereld wilde redden, maar toch echt in de eerste plaats voor Israël is gekomen. ‘Naar de verloren schapen van het huis van Israël’, zei Hij letterlijk. Mij viel hierbij op dat Hij toch in ieder geval ook niet alleen maar positief was over Israël. Zij worden door Jezus immers als verloren schapen aangeduid. Maar dit terzijde.

Honden

Wanneer het in de Bijbel over honden gaat, is dat meestal niet positief bedoeld. Zelf ben ik een beetje bang voor honden, en ik houd me daarom graag vast aan een tekst uit het bijbelboek Openbaring 22: ‘Buiten is de plaats voor de honden’. En wie bij Jezus horen mogen dan lekker binnen zijn. Dat vind ik voor Gods nieuwe wereld een veilige gedachte. Maar ook dit terzijde. Want de preek ging eigenlijk over het belang van Israël in Gods heilsplan.

Zegen om tot zegen te zijn

Dat heilsplan begint in feite bij Abraham. In Genesis 12 wordt hij door God geroepen. Hij krijgt prachtige beloften van God. En God zegt erbij: “In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.” Uit Abraham is het volk Israël ontstaan. Buiten Israël om is er voor de wereld geen hoop, geen redding. Zoiets bedoelde de spreker over te brengen, was mijn conclusie. En dat had ook die niet-Israëlische vrouw uit het begin van de preek begrepen. Want zij was bereid zich ‘hond’ te laten noemen, als zij maar wat van het brood van de grond mocht eten dat door de kinderen van Israël van de tafel zou worden gemorst. Uiteindelijk gaat het om het Brood! En daarbij moeten we niet vergeten hoe we daaraan gekomen zijn, en dat God nog steeds trouw is, óók aan Israël.

Blessings,
Kortjakje