Over de God der goden

Kortjakje wist even niet wat ze hoorde. De spreker zei dat leven met Jezus een heidense uitdaging is. Is het werkelijk zó moeilijk? Of, misschien moet de vraag anders worden gesteld: is het werkelijk zo makkelijk? Want leven als een heiden, tja dat doen we van nature, natúúrlijk. Maar nú zijn we daarvan bevrijd, nu mogen we God kennen en met Hem leven.

Heidens

In het begin van de preek van afgelopen zondag ging het over de komst van het Evangelie naar de lage landen. Onze voorouders waren waarschijnlijk aanbidders van Germaanse afgoden, zoals Wodan en zijn kornuiten. Ja, daarvan heb ik op de basisschool wel eens gehoord. Ik zie hen voor me: joelend rondom één of andere heilige boom. Of met een bijl in hun hand om die heilige evangelist Bonifatius een kopje kleiner te maken. Nou, dat kun je wel heidens noemen, ja.

Maar het ging de spreker meer om het godsbeeld van onze voorouders. En – stiekem soms ook: ónze godsbeelden. Let maar op!

God versus de goden

We lazen Exodus 32:1-6. De Israëlieten lieten Aäron een gouden beeld maken. Uit de tekst blijkt dat dit beeld niet zozeer een ándere god was, maar in feite de God moest voorstellen Die hen uit Egypte had geleid. Het beeld dat de Israëlieten van hun God hadden, was dus niet bepaald oké. Maar, zo legde de spreker aan ons voor, hebben wij niet soms óók een verkeerd beeld van onze God? Met behulp van drie begrippenparen liet de spreker ons hierover nadenken:

  1. Angst / vertrouwen

Voor hun afgoden waren onze voorouders vroeger bang. Je wist nooit wat die ver van je af staande afgoden in hun schild voerden. Maar de God van Abraham, Izak en Jakob is juist een God van dichtbij (Psalm 25:14). Dat je God moet ‘vrezen’ betekent niet dat je angstig moet zijn, maar dat je ontzag voor Hem hebt. In de Here Jezus kwam Hij zelfs zo dichtbij dat Hij Zélf een mens werd zoals wij.

  1. Manipulatie / ontmoeting

Onze voorouders brachten offers aan hun afgoden om die gunstig te stemmen. Manipulatie in feite. Je doet wat voor je god en dan doet hij wat voor jou terug; voor wat hoort wat (transactioneel).

Het offeren dat in de Bijbel voorkomt, is heel anders van karakter. God is uit op ontmoeting (dit ligt in de betekenis van het Hebreeuwse woord korban, dat met ‘offergave’ of ‘liefdegave’ kan worden vertaald).

De spreker riep ons op om in deze lijn ook na te denken over je bidden. Doe je dit om iets bij God voor mekaar te krijgen, of ben je gericht op werkelijke ontmoeting met je God?

  1. Speelbal / Partner

Toen onze voorouders nog hun afgoden dienden, wisten zij niet waar zij aan toe waren. De afgoden konden heel wispelturig zijn. En als je ziek werd, of … Tja dan had je vast iets gedaan waar de afgod niet blij mee was. Maar wat?

Als dienaar van de God van Abraham, Izak en Jakob ben je geen speelbal. Bovendien: niet al het kwade komt van God! Wie zo denkt, vergeet twee dingen: 1e) de duivel en 2e) de menselijke verantwoordelijkheid. Alles aan God toeschrijven is eerder heidens dan Bijbels!

Tot slot las de spreker de volgende woorden uit Galaten 4, maar dit ging te snel voor mij om deze precies voor u, mijn lieve lezers, te notuleren. Het kwam ongeveer hier op neer:

Nu mogen jullie Gods kinderen zijn, en God jullie Abba (Vader) noemen. Vroeger dienden jullie (af)goden, die natuurlijk geen goden zijn. Maar nu ken je God, en Hij kent jou. Dan zou het toch heel dom zijn om terug te keren naar die afgoden?!

Blessings,
Kortjakje