De tekst van Psalm 23 kwam Kortjakje bekend voor. Die had ze wel eens vaker gehoord. Ja, haar Bijbelkennis neemt toe sinds zij wekelijks de preken van de christengemeente beluistert!
Poesiealbum
Ik heb zelf geen vriendenboekje ofzo, maar in het ‘poesiealbum’ van mijn tante staat een klein versje:
Jezus zegt tot groot en klein
Ik wil jouw Herder wezen; Wil je mijn schaapje zijn?
Tante was helemaal in de wolken toen zij de spreker afgelopen zondag dit versje hoorde voordragen. Thuisgekomen heeft zij de hele zondag besteed aan het doorbladeren van haar oude poesiealbum, met al die rijmpjes en versjes van oude schoolkameraadjes, familieleden, schooljuffrouwen en -meesters. En ja, natuurlijk ook van haar eerste liefje! Ik zag tante zo verliefd in haar kleine album kijken, dat ik haar meteen doorhad. Ik zei: “Mag ik die bladzijde eens zien die u nu leest?” En tante kreeg een hoofd als een boei! Ik zal het versje van dat jochie maar niet herhalen hier, want de afspraak met de redactie is dat we het een beetje netjes houden in dit blog. 😉
Niets
Anders dan mijn tante, heb ik zondag natuurlijk heel goed opgelet tijdens de preek. Die ging over de goede Herder. We lazen psalm 23. En die kwam me al meteen bekend voor. Goed van mij hè?
We gingen vers-voor-vers de hele psalm door. Dit was minder erg dan het lijkt, want het zijn uiteindelijk maar 6 Bijbelverzen.
Bij vers 1 stelde de spreker de vraag of het ons echt nooit aan iets ontbreekt. Dat schreef David namelijk. Toch kun je je afvragen of dit in Davids leven altijd het geval was. De spreker noemde twee psalmen. In psalm 13 ‘ontbreekt’ het David aan de nabijheid van God. Hij ervaart God helemaal niet. En in psalm 22 klinkt David nog dramatischer. De nood is nabij en er is niemand die helpt. Het ‘ontbreekt’ hem aan een reactie van God op zijn jammerklachten! De spreker hield ons voor dat het heel belangrijk is om te kijken naar wat we wél hebben. Dan zijn er zoveel redenen voor dankbaarheid. En eens komt er een dag dat het ons werkelijk aan helemaal niets zal ontbreken!
In het dal groeien de bomen
Over vers 4 meld ik tot slot nog een mooie gedachte. ‘Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij’ (HSV) lezen we daar. We gaan in ons leven soms door moeilijke tijden, donkere dalen. Maar ook daar is de goede Herder bij ons. En soms merken we dat doordat mensen ons niet laten zitten; doordat mensen voor – en soms met – ons bidden.
En de spreker reikte ons iets aan om over door te denken: ‘Op de bergtoppen heb je de mooiste uitzichten, maar in het dal groeien de bomen’. Ja, hier heb ik zondagmiddag nog wel een heel poosje over zitten nadenken. Misschien ga jij op dit moment wel ‘door een dal vol schaduw van de dood’. Wat kan het in jouw leven betekenen dat in het dal de bomen groeien? Denk daar maar ’s over na.
En wat me nu ineens opvalt: David heeft het niet over ‘in een dal zitten’, maar over er door heen gaan. Misschien heeft dit ook nog een bemoedigende betekenis. Je gaat een weg door het leven. Er komen altijd weer andere tijden. Toch?!
Blessings,
Kortjakje