Nederlands Dagblad 24 mei 2017
Opinieartikel van: Sjaak van den Berg en Jurjen de Groot (directie van de protestantse missionaire organisatie IZB)

Een oproep om tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren heel gericht te bidden om de komst van Gods koninkrijk.

Wat zou er gebeuren wanneer je tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren gericht bidt voor vijf vrienden of collega’s die God niet kennen? Verandert je hoop voor hen? Ga je anders naar hen kijken en met hen praten? Zou God hen veranderen?

Wat zou er gebeuren wanneer gemeenten op weg naar Pinksteren momenten zouden beleggen om samen te bidden voor de buurt? Gaan ze dan meer hun roeping zien? Krijgen ze dan nieuwe ingangen om tot een zegen te zijn?

De aartsbisschop van Canterbury, Justin Welby, heeft de tien dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren uitgeroepen tot een periode van gebed om het koninkrijk van God. Hij roept kerken en gelovigen op, heel gericht in gebed te gaan voor mensen die Christus niet kennen. ‘Zonder vernieuwing van het gebedsleven is er geen vernieuwing van de kerk. Zonder vernieuwing van de kerk is er erg weinig hoop voor de wereld’, zegt hij. Die gedachte raakt ons diep. Stel je voor …

In gesprekken over missionair gemeente-zijn merken we vaak dat gemeenteleden met dat thema worstelen. Soms lijkt het missionaire werk gemotiveerd uit plichtsbesef (‘Ze moeten het toch horen …’) of uit bezorgdheid over het voortbestaan van de gemeente (‘Als het zo doorgaat, houdt het hier een keer op …’).

De situatie van de krimpende kerk heeft onze verwachting getemperd en ons voorstellingsvermogen beperkt. Voor sommige mensen hebben we ook al zo vaak gebeden. Zou God nog iets nieuws kunnen doen?

Met zijn oproep brengt Justin Welby ons terug naar de kraamkamer van de kerk. Met alle vragen waar we mee worstelen, keren we terug naar het begin. Niet om de geschiedenis ongedaan te maken. Evenmin om te doen alsof we helemaal blanco opnieuw kunnen beginnen. Dat is onzinnig. We concentreren ons deze tien dagen van gebed op Hemelvaart en Pinksteren, om opnieuw te leren zien en geloven waar de oorsprong van de kerk en van onze roeping ligt.

Meer dan Pasen, is Pinksteren een feest dat in ons afdaalt en ons verandert. Het is bovendien een feest dat telkens opnieuw kan gebeuren: de vervulling met de Geest.
Laat deze periode tussen Hemelvaart en Pinksteren er dan een van gebed zijn, zoals het voor Jezus’ eerste leerlingen was.

We kennen allemaal onze vlagen van vurige gebeden, die soms als een strovuur uitdoven. Het is goed om elkaar bij de les te houden: het belangrijkste dat iemand voor een ander kan doen, is voor hem bidden.

Bidden om het Koninkrijk is ook dat we ons verdriet uithuilen over wat er allemaal scheef is gegaan. Dat we ons verootmoedigen.

Bidden om de komst van het Koninkrijk is leren onze verlangens opnieuw te richten op God. Ook onze kerkelijke verlangens.

Bidden om het Koninkrijk is de verwachting voeden dat zijn rijk daadwerkelijk komt.

Zegen voor de wereld

We verlangen naar die vernieuwing van ons gebedsleven. Opdat de kerk wordt vernieuwd en wij veel meer tot zegen zijn voor de wereld.

Stel je voor dat we zo samen als kerk in Nederland in gebed zouden gaan, ons eensgezind voor God verootmoedigen en bidden om de komst van het Koninkrijk. Hij is bij ‘machte oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken’ (Efeziërs 3).

Marius de Graaff en Cor de Jong

Weet jij onze tijd te duiden? Misschien schrikt deze titel je af, wellicht spreekt het je juist in sterke mate aan. Er is op internet al zoveel informatie over dit onderwerp beschikbaar, moet ik daar nog iets aan toevoegen? Tegelijk met de aandacht voor de zogenoemde “tekenen der tijden” neemt ook de verwarring toe. Mensen spreken elkaar soms tegen of leggen heel verschillende accenten. De vraag is natuurlijk hoe je dingen moet duiden. Niet elke profetische duiding is even vruchtbaar en er bestaat ook nog valse profetie. Gezien de ernstige oproep van onze Heer om de tijd te onderkennen, wil ik toch speciaal aandacht vragen voor het duiden van onze tijd. Belangrijk is dat we daarbij leren van de geschiedenis van het volk van God (1Kor.10). Door de dingen van elke dag is de verleiding groot lessen uit het verleden te vergeten. Allereerst zullen we luisteren naar de volgende woorden van de Heer:

“Huichelaars, de aanblik van de aarde en van de hemel weet u te duiden. Hoe kan het dan dat u deze tijd niet weet te duiden? En waarom oordeelt u ook zelf niet wat rechtvaardig is?” (Luk.12:56-57).

Jezus zegt tegen de Joodse menigte dat zij de voortekenen van het weer, regen of hitte, kunnen duiden. Dat kost hen niet de minste moeite. Maar de menigte was blind voor de tekenen die de komst van het Koninkrijk van God aankondigden. Waarom noemt Jezus mensen, die hun tijd niet kunnen duiden, huichelaars? Jezus voelt intens verdriet over de mensen die niet onderkennen dat het oordeel over Jeruzalem zou worden voltrokken (Luk.19:41). Stad en tempel van Jeruzalem werden verwoest “omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend” (Luk.19:44). De toehoorders van Jezus negeerden met opzet de tekenen van de tijd omdat zij waarde hechtten aan de verkeerde dingen. Uit de woorden en daden van Jezus zouden ze kunnen opmaken wie Hij was en wat Zijn komst in de wereld betekende. De boodschap van Jezus is dat ze alles met God, de Rechter van het heelal, in orde moeten maken. Voordat het te laat is! We begrijpen nu dat Jezus de menigte huichelaars noemde. Ondanks de vele waarschuwingen weigerde het Joodse leiderschap uit die tijd Jezus te erkennen. Jezus waarschuwde Zijn volgelingen dat ze moesten wegvluchten voordat het oordeel kwam (Luk.21:20-21). De eerste vervulling van deze profetie van de Heer was bij de verschrikkelijke verwoesting van de stad en tempel in het jaar 70. De christenen moesten wegtrekken voordat de belegering door de Romeinen begon. Ze zijn in het jaar 67 gevlucht naar de bergen van Pella, een stadje in het Overjordaanse (bron: Eusebius). De verwoesting in 70 is tevens een voorafschaduwing van het toekomstige wereldwijde oordeel, zodat de woorden van Jezus ook hun vervulling zullen vinden in gebeurtenissen die onmiddellijk aan de wederkomst van Christus voorafgaan. In onze tijd gaat het om de tempel die Jezus Zelf bouwt. Deze tempel, de Gemeente van Christus (Ef.2:21) zal beslist niet door de vijand overweldigd kunnen worden (Matt.16:18). De wereldmachten zullen zichzelf opnieuw verheffen. Spoedig zal de wereld haar ware aard laten zien. De wereld met al haar verleidingen en macht zal echter worden vernietigd; de christenen moeten wegvluchten van de verleidingen en de misleidingen. Zijn we bezig met de belangrijke zaken?

Onderkennen wij onze tijd? De Heer spoort ons aan om radicaal de leugen, het wereldse denken, de begeerten en de zonde te ontvluchten (1Tim.6:11). De slechte slaaf (Matt.24:45-51) behoort tot degenen die de uiterlijke façade (schijn) van het christendom hooghouden zonder innerlijk met God te leven. De gerechtigheid van Zijn volgelingen zal overvloediger moeten zijn dan een uiterlijke godsdienst (Matt.5:20). Bouwt u op de rots of op het zand? Handelen we alleen naar de woorden van Jezus? (Matt.7:24). Of luisteren we ook naar de woorden van valse profetie die “vrede ziet, hoewel er geen vrede is” (Ez.13:16 vgl Jer.6:14; 8:11). Het uiterlijke, verwereldlijkte christendom zal worden prijsgegeven in het oordeel. God Zelf zal “een werking van dwaling” zenden zodat de naamchristenen de leugen zullen geloven (2Thess.2:11).

“Maar waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is zoals de kinderen die op de markt zitten en hun vriendjes toeroepen” (Matt.11:16).

Hoe duiden we de generatie van onze tijd? Elke generatie wil God naar haar pijpen laten dansen. God moet aan haar verwachtingen voldoen. Maar het is God die aan ons eisen stelt. Jezus vernedert de toenmalige geestelijke leiding door hen te vergelijken met kinderen, en hun doen en laten bij kinderspel. De toenmalige generatie heeft “op de fluit gespeeld” (vs 17). Hoe is het in onze tijd? Nemen we onze eigen verlangens en onze eigen denominatie als uitgangspunt? Of nemen we het verlangen van God en de wijsheid in Christus als uitgangspunt? In de steden waar de meeste wonderen waren verricht, wezen de mensen de opdracht van Jezus af (Matt.11:20). Genezingen hebben helaas zelden een echte verandering als gevolg. Daarnaast moet de Heer veel mensen afwijzen die krachten doen in Zijn Naam (Matt.7:21). Waarom? Omdat zij zichzelf – het “ik” – als uitgangspunt nemen. Omdat ze niet werkelijk het gezag en de leiding van het Koninkrijk ervaren. De menigte verwerpt de Koning, toch zal de wijsheid en kennis in Christus (Kol.2:3) een uitwerking hebben in Zijn kinderen (Matt.11:19). God laat zich niet tegenhouden door de massa, maar gaat door met Zijn werk. In wijsheid en in zachtmoedigheid. Hij verandert mensen en neemt hen op in Zijn plannen. Laten we groeien in verlangen naar Hem. Zoals Mozes en Jozua: In geloof, in gehoorzaamheid, in volharding en aanbidding.

“Toen het volk zag dat het lang duurde voor Mozes van de berg afdaalde …” (Ex.32:1).

“Laten we wat doen”, moeten de Israëlieten gedacht hebben. We hebben genoeg gewacht, we willen naar het beloofde land. Iets doen is beter om maar te gaan zitten wachten. Waarom wachten op de Onzichtbare zoals Mozes doet? (Hebr.11:27).  Het volk viel niet op de knielen om te bidden, maar ging feestvieren. Aäron baseerde zijn beleid op de algemene opinie. De mening van de meerderheid zal echter nooit een wijs beleid opleveren. Veel christenen willen Gods zegen zonder Zijn aanwezigheid. Voor Mozes was de aanwezigheid van God het belangrijkste (Ex.33:15), niet alleen Zijn geschenken. De meerderheid wil wonderen en tekenen, en hun dagelijkse voedsel. Op het moment dat Mozes het ontwerp van de woonplaats van God ontving, trachtte de duivel te voorkomen dat het hemelse plan in vervulling ging. De duivel vindt alles goed, zolang wij naar onze eigen meningen handelen.

“Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben. Toen Aäron dat zag, bouwde hij er een altaar voor, en Aäron kondigde aan: Morgen is er een feest voor de HEERE! Zij stonden de volgende dag vroeg op, brachten brandoffers en brachten ook dankoffers.  Het volk ging daarna zitten om te eten en te drinken; vervolgens stonden zij op om uitbundig feest te vieren” (Ex.32:4-6).

Terwijl God aan Mozes het ontwerp voor Zijn woonplaats gaf, aanbad het volk een gouden kalf. De menigte brengt het kalf brandoffers en dankoffers, zoals ze ook kortgeleden aan de Heere hadden geofferd voordat ze verklaarden Gods verbond te zullen houden (Ex.24:5). Hun woorden en daden zijn duidelijk in strijd met het eerste (Ex.20:3) en het tweede gebod (20:4-6). Aäron gebruikte de naam van God voor de afgod. Aäron had het volk de vrije teugel gelaten tot leedvermaak van alle heidense tegenstanders (Ex.32:25). God was zo toornig op het volk en op Aäron dat Hij hen wilde vernietigen, maar Mozes bad voor hen (Deut.9:19-20).

“Maak mij toch Uw weg bekend” (Ex.33:13). “Toon mij toch Uw heerlijkheid” (Ex.33:18).“Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt, aan de nakomelingen van Israël Zijn daden” (Ps.103:7).

Mozes wilde God leren kennen. Het volk had genoeg aan een paar wonderen. Zien wat God deed was niet genoeg voor Mozes. Mozes verlangde er naar dat God te midden van het volk zou kunnen wonen. Het was zijn verlangen God te leren kennen: “God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt” (Ex.34:6). Uiteindelijk vervulde de heerlijkheid van God de tabernakel, zodat Hij te midden van Zijn volk kon wonen (Ex.40:34). Als Salomo later de tempel heeft gebouwd, lezen we weer hetzelfde dat de heerlijkheid van de Heer het huis had vervuld (1Kon.8:10-11). Net zoals de tabernakel door God zelf bedacht en gepland is, zo ook de Gemeente. Net zoals de oude tabernakel moet de Gemeente een innerlijke schoonheid bezitten. De tabernakel was een verplaatsbare tent, de tempel is een voorafschaduwing van de heerlijkheid van het toekomstig koninkrijk van God op aarde, met een glorie die groter zal zijn dan bij Salomo’s tempel.

Maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent” (Ex.33:11).

Laten we zoals Jozua stil worden voor Hem en ontvankelijk zijn voor alles wat Hij voor ons wil zijn: “De HEERE is een Strijder, HEERE is Zijn Naam” (Ex.15:3). We hebben in Jozua een geweldige bemoediging als typebeeld van de kracht van de Heilige Geest, Die de Gemeente wil leiden op de weg naar overwinning en de volledige erfenis: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Joz.1:6 en Openb.21:7). De kracht van de Geest rekent af met het vlees wat de Gemeente uit het aan haar beloofde erfdeel wil houden. Jozua, een jonge man, week niet uit de tent. Zijn verlangen naar overwinning groeide, maar zonder strijd kon de erfenis niet in bezit genomen worden (Joz.5:15). Zoals bij Jozua het verlangen groeide, zo groeit bij ons het verlangen en de visie dat de Heilige Geest gekomen is met het doel om de Gemeente binnen te brengen in haar hele erfenis in Christus. Tot dat doel is de Geest gekomen. Voor allen die door willen gaan, allen die in de beloofde volheid binnengebracht willen worden. In het leven van Jozua zien we het geheim van overwinning: de Heilige Geest kon in zijn leven putten uit het Woord in de voorraadschuur van zijn hart (Joz.1:7). De Geest (Ef.5:18-20) en het Woord (Kol.3:16-17) woonden in rijke mate in hem. In de geschiedenis zoals beschreven in het boek Richteren zien we wat de gevolgen zijn van het feit dat het volk niet is doorgegaan met het veroveren van het beloofde. Ze werden niet gedreven om te streven naar Gods volledige doel. In 1Sam.4:22 lezen we dat de heerlijkheid niet langer onder het volk was. De hoofdoorzaak vinden we in Richteren 21:25: “een ieder deed wat juist was in zijn ogen”. In het volk van God was geen centraal gezag. Onze tijd is net zo! De Gemeente zal onder het gezag moeten komen van Koning Jezus. Niet als een nieuwe leer, maar als “Leven”. Zodat we zullen doen wat juist is in Gods ogen.

“Daarom pleegde de koning overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar Jeruzalem. Zie uw goden, Israël, die u uit het land Egypte hebben doen optrekken” (1Kon.12:27-28).

Jerobeam zegt hier in feite hetzelfde als Aäron. Maar dan over twee gouden kalveren, die hij aanbracht als alternatief voor de aanbidding van de Heere. Aan Jerobeam was één “huis” beloofd (1Kon.11:38), maar Jerobeam creëerde twee eigen erediensten (“huizen”), in zijn eigen gebied, waarvan kalveren het middelpunt vormden. Hij bracht offers aan de kalveren, stelde priesters aan en bedacht een tempelfeest (1Kon.12:31-33). Aäron en Jerobeam lieten zich leiden door menselijke redeneringen in plaats van door de heerschappij van de Geest. Ze hadden zich laten misleiden door de duivel. De tragedie was dat een heel volk zijn redding opzij legde. Ook uit de tempel verdween de heerlijkheid van God. We hebben leiding van onze Koning nodig: het Hoofd van het Lichaam. Het Hoofd van het huis is Christus (Hebr.3:6). In het OT heeft “huis van God” betrekking op de tempel. Nu is Gods volk Zijn tempel. Op dezelfde manier spreekt Petrus over “een geestelijk huis” (1Petr.2:4-10). Het gaat om de zichtbare aanwezigheid van de Heer, die opnieuw wil wonen bij mensen, voor altijd. Daarin vinden we het ultieme doel van Gods omgang met mensen. Zo vaak krijgen we de verkeerde indruk. We denken dat het uiteindelijke doel is om op de één of andere manier mensen in de hemel te krijgen. Maar het doel van God is om de hemel naar beneden te brengen, bij de mensen, en bovenal om zijn eigen persoonlijke aanwezigheid bij de mensen te brengen. Wat een liefde!

 “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint …” (Openb.2:7,11,17,29; 3:6,13,22).

Volharding in het geloof is een belangrijk thema in het boek Openbaring. Elke brief in het boek Openbaring bevat een aansporing om te luisteren naar de Geest met beloften voor “wie overwint”. De overwinnaars zijn zij die doorgaan en de Heer willen behagen door Zijn volledige plan na te jagen. Dat wat de Heilige Geest in de Bijbel gesproken heeft, kan Hij alleen uitleggen. Laat ons daarom bidden om verlichte ogen van ons verstand, om te weten wat de heerlijkheid van onze erfenis in de Heer Jezus is (Ef.1:16-18). De hogepriester moest een plaat op zijn voorhoofd dragen met daarop gegraveerd de woorden “de heiligheid van de Heer’ (Ex.28:36). Onze priesterdienst is gewijd aan “de heiligheid van de Heer”. Een ernstige boodschap. Op een moment verdwijnt de aanwezigheid van God door de constante afgodenverering en ongehoorzaamheid (Ezech.11:23). Alleen door een oordeel van God kunnen alle dingen nieuw worden. Zelfs onze dogma’s en eigen meningen kunnen een afgod worden. Woord en Geest zijn samen de enige en afdoende bron van Gods gezaghebbende openbaring. Als het op zuiveren aankomt, dan begint Hij met Zijn heiligdom, omdat daar allereerst zuiverheid moet ontstaan. Het oordeel wil scheiding maken. Alles wat niet bij het huis van God hoort zal wankelen. Dat betekent uitbanning van wat niet in de Gemeente hoort. Laten we bij het begin beginnen (1Petr. 4:17).Voor de Gemeente is het daarom een reden tot verootmoediging. Voor Mozes was de heerlijkheid van God niet gewoon een belangrijk punt, het was datgene waar alles om draaide. Er zijn in ons land waarschijnlijk al gemeenten waaruit God is vertrokken, maar waar Hij niet gemist wordt. Er zal scheiding plaatsvinden. De schijnchristenen zullen tenslotte volledig beheerst worden door het denken van de wereld. De grote dag van het oordeel over de wereld ligt in de toekomst. De Gemeente moet zich echter vandaag al aan Gods oordeel onderwerpen.

God verlangt ernaar dat er in elke plaats een zichtbare uitdrukking zal zijn van de eenheid van het Lichaam van Christus (1Kor.12:13). Het gaat erom dat Zijn heerlijkheid zal worden gezien. Ook in ons dorp! Het doel van God in alle dingen is om Zijn Zoon te openbaren, om Zijn Zoon zichtbaar te maken. Dat zal heel wat gaan kosten en teweeg brengen aan strijd, want dit gaat in tegen alle krachten of weerstand van het vlees, de wereld of de satan. Op de grote dag is echter alleen Zijn mening, Zijn oordeel van belang. Door de heerschappij van de Geest mogen, kunnen en moeten we als een lichaam onder het hoofd van de Heer Jezus gaan functioneren. Het Lichaam is een organisme, een levend lichaam, wat groeit, wat beweegt. God werkt toe naar de wederkomst. Het huis van onze God houdt niemand tegen! Het koningschap zal zijn aan “onze Heere” (Openb.11:15). Het gaat om de plaats waar God woont, en waar Hij troont. “Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden” (Hebr.3:6). Wanneer wij in Christus zijn, zijn wij ook in Gods huis. Het meest wezenlijke van de tempel, de tegenwoordigheid van God, zal tot openbaring komen. We leven in een bijzondere tijd! Het overwinnende Woord van God (Openb.19:13) en de overwinnende kracht van het evangelie van het Koninkrijk verbreiden zich over de gehele wereld. Laten we ons er nu al over verheugen dat de sluitsteen van Gods plan onder gejuich geplaatst zal worden (Zach.4:7). God houdt zich aan Zijn oorspronkelijke plan!

In de wereld is de rebellie van de satan. God wil in onze tijd Zijn volheid tonen in het Lichaam van Christus. Branden we van verlangen om samen met alle gelovigen naar het Hoofd toe te groeien (Ef.4:15)? Alleen samen kunnen we een woonplaats van God worden. God heeft de Gemeente niet geroepen om een instituut te zijn. Hij heeft de Gemeente geroepen en bestemd om het Lichaam van Christus te zijn. Het Lichaam is de plaats waar we met gezag geconfronteerd worden: het gezag van het Hoofd, één leven van de Geest en onderwerping aan elkaar. Wanneer we een levende relatie met de Heer hebben is gehoorzaam zijn niet moeilijk. Als we gezag hebben leren kennen, kunnen we zelfs met verschillende meningen (niet zijnde kernovertuigingen) ons aan elkaar onderwerpen. Zodat “wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus” (Ef.4:13). Zien we onszelf en elkaar als leden van het ene Lichaam? Omdat we nog niet als lichaam functioneren zijn we als het ware een lekkend vat. God zal niet eerder tevreden zijn dan wanneer wij net zo gehoorzaam zijn als een lichaam dat is aan het hoofd.

Zo zal het zijn in “de laatste dagen” (Hand.2:17). Petrus verdeelt de profetie van Joël niet in tijdvakjes. Ook nu zal het oordeel beginnen bij het huis van God (1Petr.4:17). Ook nu zullen de wereldmachten zich gaan verheffen. De haat en het leedvermaak van de wereld wordt groter. In korte tijd zal de wereld zich verder ontwikkelen. Daarnaast wordt de zonde onder christenen groter. Maar door een krachtige werking van de Geest zal het huis voltooid worden. Tegenover de heerschappij van de antichrist van satan zal God de heerschappij van Christus plaatsen. In Matt.23:1-12 waarschuwt Jezus voor een valse vroomheid waar men in geloofde, maar die in feite alleen maar zelfhandhaving tegenover God was en daarom schijnvroomheid. Hun eigen opvattingen, redeneringen, meningen en belangen werden belangrijker dan het Woord van God. In Matt.23:38 spreekt Jezus het oordeel uit over alle uiterlijke godsdienst en voorzegt Hij dat de tempel van Jeruzalem verwoest zal worden, wat in het jaar 70 is gebeurd. In 1Kor.3:16-17 wordt gezegd dat de Geest van God in de gelovigen woont, dat de tempel van God heilig is, “en deze tempel bent u”. God is een na-ijverig God (Ex.20:5). Het woord van Petrus in Handelingen 5 lijkt zo scherp en overdreven, maar hij is jaloers met de jaloersheid van de Heilige Geest. Het bedrog moest uit het huis van God verwijderd worden, want de eenheid werd bedreigd (Hand. 5:4). Het is daarom enorm belangrijk, dat we leren “wandelen door de Geest”, leren “wandelen in de waarheid” (3Joh. 4) en niet de “begeerte van het vlees” volbrengen (Gal.5:16), dat wil zeggen al de verlangens van de gevallen menselijke natuur.

Wat is jouw toekomstverwachting? Wat is jouw verlangen? Gaat je hart uit naar God Zelf, zodat Hij in jouw leven tot Zijn volle doel zal kunnen komen? God verlangt voor Zijn Zoon een bruid die bij Hem past. Er komt een moment dat de Bruid klaar staat (Openb.19:7). Het eindresultaat van het verlangen van God wordt beschreven in Openbaring 21:9-11. Johannes zag in het visioen iets onbeschrijflijk moois: “Zij had de heerlijkheid van God”. Wordt uw hart door dit visioen gegrepen, voor Zijn verlangen en voor wat het geweldige resultaat zal zijn van Zijn werk? Ja, we leven aan het eind van de wereldgeschiedenis. Laten we daarom samen met alle heiligen (Ef.3:18) ontdekken wat het geheim is van de eenheid van de Geest (Ef.4:3). Laten we bidden dat onze ogen worden geopend voor het Huis, gebouwd op het onderricht van de apostelen en de profeten, een “woning van God in de Geest” (Ef.2:20-22). Zodat het plan van God voltooid kan worden. God verlangt een woonplaats, een volk, een bruid voor de Bruidegom. Laten we getrouw zijn, want het einde daarvan is Heerlijkheid: “Zij had de heerlijkheid van God” (Openb. 21:9).

Om te bidden:

Machtig God, U bent barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw. We buigen voor U neer. U willen wij eren en aanbidden. Vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde. Vanwege onze zonden en onze ongerechtigheden is Uw Gemeente tot smaad geworden voor allen die ons omringen. Wij hebben niet geluisterd naar Uw stem, om naar uw ontwerp te kunnen handelen. Open onze ogen voor Uw eeuwig voornemen. Verlicht ons hart zodat we zullen zien op het ene Lichaam. Herstel Uw beeld in ons. Uw Heilige Geest moet de volledige leiding hebben. Leer ons wat de heerschappij van de Geest is, zodat we tot de volheid van Christus kunnen komen. Moge Uw gezag zich openbaren in de Gemeente. Laat iedere broeder en zuster in ons dorp weten wat gezag is. Leer ons te functioneren als leden van het Lichaam. Werk in ons het verlangen om te zijn als bruid voor de Bruidegom. Leer ons mee te werken aan het Huis waarvan Uzelf de hoeksteen bent. We zijn niet verstandig met Uw waarheid omgegaan. Onze God, wees ons genadig en luister naar ons gebed en naar onze smeekbeden. Doe, omwille van Uw Naam, Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom. Maak ons Uw weg en Uw volmaakte ontwerp bekend, zodat we ook Uw heerlijkheid zullen gaan zien! Over Uw Gemeente is immers Uw Naam uitgeroepen. We bidden dat U bij velen de geest zal opwekken om op te trekken, om mee te werken aan de bouw van Uw huis. We bidden dat we niet zullen terugglijden of stilstaan, maar door zullen gaan. Wij werpen onze smeekbeden niet voor U neer op grond van onze gerechtigheden, maar op grond van Uw grote barmhartigheid. Heere, het gaat toch om Uw volk dat U toebehoort en dat U door Uw machtige hand heeft verlost? Het gaat om Uw Gemeente, die U verkregen hebt door Uw eigen bloed. U wilt toch Uw volk volkomen verlossen? Ja Heere, U bent bij machte om Uw Gemeente te bouwen! U bent aanwezig te midden van gouden kandelaren. We willen verlangen naar Uw rijk en naar Uw gezag in ons midden. Dank U voor het werk dat de Heilige Geest in mij en in mijn broeders en zusters wil doen. Dank U voor de wonderbare Naam van Koning Jezus. Amen.

Dik Kroon

In mijn vorige stukje op de blog heb ik als luisteraar van preken het Woord van God de eerste plaats gegeven. Het Woord van God beschrijft immers niet alleen een heerlijke toekomst, het is hét speciale middel van God om die toekomst te scheppen (Jes. 55:10-11). Daarbij moeten we Woord en Geest natuurlijk niet tegen elkaar uitspelen. Het Woord heeft eeuwigheidswaarde omdat het door de Heilige Geest geïnspireerd is. En de Geest maakt het Woord effectief. We moeten er daarom naar streven evenveel van het Woord als van de Geest te ontvangen en evenveel van de Geest (Ef. 5:18-20) als van het Woord (Kol. 3:16-17).

Het wezenlijke van een preek is volgens mij wat er gebeurt tussen de luisteraar en God, waarbij van onze kant een ontvankelijk oor en hart nodig is. Wanneer we vol zijn van en bezig met onszelf dan is er geen ruimte meer om een stem van buiten te horen. Het heeft dus ook alles te maken met een groei in verlangen. Ik dank God voor de wondervolle gave van de inwoning van de Geest, zodat mijn geest mag verlangen naar het Woord als het brood van het leven (Joh. 6:58). Toen de Heer sprak over “het brood dat uit de hemel neergedaald is” begrepen de discipelen niet direct wat hiermee werd bedoeld, omdat zij Jezus’ uitspraken letterlijk opvatten. De Heer wilde dat Zijn discipelen niet ontmoedigd zouden zijn en legde daarom uit dat Zijn woorden “geest en leven” zijn (Joh. 6:63). Zijn woorden zijn niet alleen voor het verstand bedoeld, maar voor het “leven”. God geeft Zichzelf aan ons, zodanig dat Zijn karakter in ons gezien zal worden. Dit betekent dat er een geestelijke aarde nodig is om Zijn woorden te ontvangen. De Geest maakt het Woord tot waarheid en kracht in ons. Het is daarom goed om te beseffen dat we afhankelijk blijven van het werk van de Heilige Geest. Dat we leren “wandelen in afhankelijkheid”.

Deze keer wil ik graag met jullie nadenken over de scheppende kracht van het Woord en van de Geest.

Schepping

Bij Gods scheppingswerk lezen we in Genesis 1 tien keer: “En God zei”. Wat geweldig dat God spreekt. Zijn spreken gebeurt met macht. Als Hij spreekt gebeurt er wat. We kunnen dan ook niet beter doen dan Psalm 33:6-9 hierbij aan te halen. We lezen daar: “Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht. Hij verzamelt het water van de zee als een dam, Hij sluit de diepe wateren op in schatkamers. Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen, laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem. Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er”.

De Heer Jezus was bij het scheppingswerk betrokken. We lezen daarover in Johannes 1:1-3: “In  het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is”.

De mens is het hoogtepunt van de schepping:

“En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis” (Gen. 1:26).

Gelovige bijbeluitleggers verschillen van mening over de vraag hoelang de periode van de schepping duurde. Hoelang geleden zou dit gebeurd zijn? Zijn alle soorten geschapen zoals ze nu zijn? Er zijn nogal wat theorieën op dit gebied. Ik kan me voorstellen dat er christenen zijn die ernstig worstelen met dit soort vragen. Hoe kan je hiermee omgaan? Misschien kan ik iemand helpen met het volgende.

Wat ik met hulp van mijn studiebijbels (waaronder HSV en NBV) leer is dat de door de Heilige Geest geïnspireerde auteur van Genesis 1 niet als doel heeft om de details uit te leggen hoe God de wereld maakte, maar dat de auteur schrijft om het feit te verheerlijken dat God de wereld maakte. De auteur bedoelt alleen bepaalde zaken door te geven, in toentertijd beschikbare literaire vormen. Het accent ligt op God die de dingen tot aanzijn roept door Zijn Woord, meer dan op hoe de aarde oorspronkelijk geschapen werd. God hoeft slechts te spreken en de wereld komt tot aanzijn. Het mag dan niet altijd duidelijk zijn hoe Genesis 1 zich verhoudt tot bijvoorbeeld geologie, maar de theologische boodschap is volkomen duidelijk. De auteur wil door middel van een geweldige lofprijzing op de Schepper de nadruk leggen op de belangstelling, die God heeft voor de mensheid en dat mensen bestemd werden om Zijn vertegenwoordigers te zijn op aarde. We kunnen de boodschap van Genesis vatten wanneer we op één lijn komen met de bedoeling van Mozes bij het schrijven van het boek. We moeten niet zoeken naar antwoorden op vragen die Genesis niet probeert te geven. De tekst houdt niet op het Woord van God te zijn omdat hij beperkt is in wat hij de lezer vertelt. Tot slot moeten we ook rekening houden met de afstand van duizenden jaren tussen tekst en lezers. Onze moderne vertalingen proberen met alle zorgvuldigheid en met de beschikbare kennis van de literaire vormen uit de oudheid deze afstand te overbruggen, maar het is onjuist om te zeggen dat Genesis 1 strijdig is met een goed begrip van wetenschap.

Ik ben geen wetenschapper of theoloog, de vraag van het “hoe” heeft me daarom eigenlijk nooit echt beziggehouden. Wat we wel kunnen constateren is, dat het “Bijbel-tegenover-wetenschap-debat” helaas mensen op een zijspoor heeft geleid bij het lezen van Genesis 1. Christenen van mijn generatie hebben maar al te vaak getracht de Bijbel te persen in een keurslijf van de laatste wetenschappelijke hypothese of wetenschappelijke feiten vervormd om ze in een bepaalde interpretatie in te passen. Misschien heb ik intuïtief aangevoeld dat deze “hoe-vragen” toch niet in detail worden beantwoord. Als je langere tijd met God en Zijn Woord leeft, dan leer je in allerlei omstandigheden van het leven dat Hij betrouwbaar is. En dat het onmogelijk is om de mens los van de Schepper te begrijpen. Het is de Geest van de kennis en van de vreze van de Heer (Jes. 11:2) die ons onze beperkingen doet zien (Spr. 1:7). Gods Woord wijst ons de weg naar wat onze bestemming is. We mogen hoofdstuk 1 van Genesis lezen als een bevestiging van de kracht en wijsheid van God en het wonder van Zijn schepping. De Bijbel wil ons ook leren dat wij door geloof wandelen en niet door aanschouwen. Bijbels geloof is geen “sprong in het duister”, het is een overtuigd vertrouwen in de almachtige, alwijze, eeuwig betrouwbare God, Die Zich in Zijn Woord en in Jezus heeft geopenbaard (aantekening van de HSV-SB bij Hebr. 11:1). “De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen, tot in eeuwigheid, om al de woorden van deze wet te doen”. (Deut. 29:29) Niet alle waarheid over God is geopenbaard. Omdat er geheimen zijn, is het nodig om te vertrouwen, te gehoorzamen en nederig te zijn voor God.

Herschepping

God houdt trouw aan Zijn bedoelingen met de mens vast. In Johannes 1:14 staat het heel mooi: “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond”. Dit is het meest wonderbaarlijke feit van de wereldgeschiedenis: de eeuwige, heilige Zoon van God heeft de menselijke natuur aangenomen en onder de mensen geleefd als Iemand Die in één Persoon tegelijk God en mens was. Dankzij de dood en opstanding van onze Heer Jezus Christus kunnen we spreken over de werkelijkheid van de nieuwe schepping. Jezus is de verbinding tussen schepping en nieuwe schepping. God haalt als het ware de schepping achter het bederf, achter de zonde vandaan om haar zichtbaar te maken. De Schepper is de Verlosser. En dat zien we alleen door het kruis. Door de opstanding is Jezus het begin van Gods nieuwe schepping. Jezus werd mens zoals wij en helemaal volmaakt het beeld van God: In Hem ontmoeten hemel en aarde elkaar. De Bijbel begint met de Schepping en eindigt met de Herschepping: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openb. 21:5).

Wie in Christus is, is een nieuwe schepping: “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden” (2Kor. 5:17). Er wordt direct bij gezegd: “En dit alles is uit God” (2 Kor. 5:18a). God schept! Zien we al veel van deze “nieuwe scheppingen”? Hoe krijg je deel aan die nieuwe schepping? Door één met Jezus te worden. Geschapen in Christus (Ef. 2:10) wil zeggen dat je een nieuw mens bent geworden. Alleen in Christus vind je je identiteit!

Wat is een “praktisch recept” om een nieuwe schepping te worden? Dat is tot het inzicht gekomen zijn dat je niet meer voor jezelf leeft (2Kor. 5:15). Jezus heeft ons een voorbeeld gegeven, “opdat we Zijn voetsporen zouden navolgen” (1Petr.2:21), en Hij is voor ons gestorven “opdat wij voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven” (1Petr.2:24). De Bijbel zegt dat we moeten leren “alles te doen in de Naam van de Heer Jezus” (Kol. 3:17). Dat gaat over alles wat je doet, met woorden of met daden. Daar schrik ik in eerste instantie wel van terug. Kan ik dat wel? Toch zegt de Bijbel dat we in al ons spreken en handelen Christus moeten vertegenwoordigen. Hiermee wordt bedoeld dat ons spreken geheel onder de heerschappij van Christus staat, zodat het Hem vertegenwoordigt. Welke indruk krijgen mensen wanneer ze jou zien of met je praten? Schiet ik niet enorm tekort in deze dingen? Gelukkig hebben we in Paulus een voorbeeld hoe we hier mee om kunnen gaan. Dat we niet moedeloos worden. Hij zegt het zo: “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen” (Fil. 3:12). Het gaat dus om onze gezindheid om doelbewust te willen leven, te willen groeien in de kennis van Christus.

We mogen nu al leven als nieuwe scheppingen in Gods nieuwe wereld. Want, als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven (Rom. 6:8). We blijven in Hem, zoals een rank aan de wijnstok. Dan hebben we ook deel aan Zijn opstandingskracht. Een geweldige tekst waar ik tot nu toe veel aan gehad heb zijn de woorden van de Heer in Joh. 7:37 “Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken”. Misschien lijkt het erop dat we - net zoals bij de weduwe in 2 Koningen 4 - aan het einde zijn van onze eigen kracht en onze middelen. “Ik heb niets meer, behalve een beetje olie,” sprak ze tot Elisa, de profeet van God. De weduwe moest lege vaten gaan halen. Ze deed naar het Woord van de Heer. Zo mogen wij als een leeg vat van gehoorzaamheid zijn. Laat het ons verlangen zijn, dat onze “gehoorzaamheid van het geloof” (Rom. 1:5) tot allen zal zijn doorgedrongen (Rom. 16:19). Met onze nood mogen we gaan tot de grote Profeet, onze Heer Jezus Christus. Als lege vaten vol van verlangen. Een leeg vat van verwachting. Verwachting dat God werkelijk Zijn zegen zal schenken. Wat verwacht je van Hem? Wat kunnen we bevatten? De olie van Gods Geest stroomt wanneer we voor de Heer ruimte vrij maken. De met de Geest vervulde gelovige is namelijk een ‘vat vol olie’, een vat tot eer van God. Een vat wat vrij is van ongerechtigheid (2Tim.2:21).

Het grote vernieuwingswerk van de schepping is toe te schrijven aan de Heilige Geest. Door de Geest kunnen we steeds opnieuw zeggen: ik wil niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest (Rom. 8:1-6). Het is de Geest die ons doet delen in het leven van de nieuwe schepping (Rom. 8:11). De Heilige Geest zal de gelovigen veranderen (2Kor. 3:18) en met hen de gehele schepping, zodat zij deelhebben aan de heerlijkheid van God (Rom. 8:19).

Bijzonder vertroostend en bemoedigend is het dat we weten dat Gods werk absoluut door gaat: geen macht van de duisternis of vleselijk mens kan de komst van het Koninkrijk tegenhouden. God zal al Zijn vijanden uit de weg ruimen – de satan en zijn werktuigen, de dood en het kwaad. Deze vijanden kwamen in Genesis 3 de geschiedenis binnen. Maar de verlossing wordt bij de wederkomst voltooid. De hoofdstukken 21 en 22 van Openbaring tonen niet alleen het herstel van de schade die door de zondeval ontstond, zij gaan verder naar een wereld die volledig geordend en heilig is. Een wereld waarin God volledig aanwezig is bij Zijn volk. Zo wordt de schepping voltooid. In Genesis zocht Hij de mens op. In Openbaring is Zijn woonplaats te midden van de mensen. In Openbaring zien we de voltooiing van het verlangen van God: een woning, een volk en een bruid. Het gaat over de nieuwe mensheid. Aarde en hemel zullen elkaar raken: Als nieuwe mensen zullen we wonen en werken onder een nieuwe hemel op een nieuwe aarde. De rivier van God is vol stromend water (Openb. 22:1), want de Heer Jezus heeft de Geest zonder mate uitgestort (Joh. 7:38). Een eindeloze stroom van verkwikking, van leven en vreugde.

God is de Schepper: “en de Geest van God zweefde boven het water” (Gen. 1:2). Ook de vernieuwing van de schepping zal God door Zijn Geest tot stand brengen. De werkwijze van de Geest kunnen we niet begrijpen als we denken aan de wedergeboorte en de vernieuwing van onze innerlijke mens van dag tot dag (2Kor. 4:16). Hoeveel te minder zullen wij dan Zijn werk bij de radicale en totale vernieuwing van de schepping kunnen begrijpen. Het is de Geest die levend maakt (Joh. 6:63). Het is ook de Geest die heerlijk maakt (2Kor. 3:18). Het kenmerk van het werk van de Geest is dat schepselen tot hun recht komen, en dat zaken op orde worden gesteld. We leven nu nog in een wereld vol lijden en onrecht. Totdat:

“Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte. Dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden en het vruchtbare veld zal als een woud beschouwd worden. Het recht zal wonen in de woestijn en de gerechtigheid zal verblijven op het vruchtbare veld. De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn, en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid” (Jes. 32:15-17).

De herschepping gaat alle menselijke bekwaamheid te boven. Het wereldse surrogaat voor vrede en veiligheid maakt plaats voor de vrede, de veiligheid en de gerechtigheid van de Heer, en geen enkele vervloeking zal er meer zijn (Openb. 22:3). De nieuwe aarde zal radicaal anders zijn: “Wij verwachten, overeenkomstig zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.” (2Petr. 3:13). De oude geschapen werkelijkheid zal totaal verlost zijn van alle vormen van het verderf. Geen zonde meer, geen geweld, geen lijden, geen corruptie, geen onrecht meer. Eindelijk gerechtigheid.

God maakt ons in Zijn Woord genoeg bekend, op grond waarvan wij Hem zullen aanbidden, en er over zullen denken en verlangen. De stralende schepping, de heilige stad, het nieuwe paradijs – dat alles gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Maar tegelijk is het voor wie gelooft een geweldige vreugde, bemoediging en troost. God blijft trouw aan Zijn eeuwig voornemen. Alles van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde wordt beschreven op ons menselijk niveau, naar de menselijke maat. De werkelijkheid zal veel mooier zijn (1Kor. 2:9). De engel in Openbaring 21:12 mat een muur op: “een mensenmaat, die ook de maat van een engel is”. De engel is bekend met de hemelse dingen, maar hij is ook op de hoogte van onze beperkte menselijke begrippen. Zo wordt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde beschreven “op ons niveau” en in onze taal. Voor wie de Heer kent is Zijn Woord betrouwbaar. Voor degene die gelooft in Hem, weet dat Hij trouw is aan Zijn eeuwig voornemen. Wat een genade en wat een vreugde dat we nu al mogen weten dat de Heilige Geest in ons een heiligingsproces bewerkt naar het beeld van God dat bij de zondeval verwrongen was (2Kor. 3:18).

Door de Heilige Geest zullen we op de nieuwe aarde herschapen zijn, geschikt voor het bestaan op de nieuwe aarde. De Geest zal de gelovigen en met hen de gehele schepping veranderen, zodat zij deel zal hebben aan de heerlijkheid van God. We weten niet hoe het precies allemaal zal zijn. En dat is ook niet belangrijk, alles zal dan en daar toch totaal anders zijn. Het gaat over een heerlijke en schitterende toekomst, zo geweldig dat wij het ons niet kunnen voorstellen. Ondanks onze beperkingen kunnen we toch naar de toekomst verlangen. We zullen eeuwig met Hem zijn. Met geest, ziel en lichaam mogen we daarnaar verlangen. We zullen over “hoe het zal zijn” niet speculeren. Het is voldoende om te weten wat de Bijbel hierover zegt. Bijvoorbeeld in 1Kor. 15:47: “De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel”. En in vers 49 van deze brief van Paulus: “En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen”. We zullen het beeld dragen van Christus. Het is voor ons genoeg dat de Heer Jezus, onze opgestane Heer, borg staat voor onze identiteit!

Jezus is het Woord van God, de grootste openbaring van de Vader (Joh. 1:14 en Hebr. 1:1). Door het werk van de Heilige Geest ontvangen we de zekerheid van het gezag van de Bijbel (1Thess. 1:5; 1Kor. 2:14; Rom. 8:16; 1Joh. 2:20; 1Petr. 1:12). We spreken daarom over Woord én Geest. Zijn Woord is betrouwbaar. Wat God voor ogen heeft, zal Hij niet opgeven omdat Hijzelf niet verandert! De Heer Jezus Christus, is de grote Profeet en Overwinnaar: “Zijn naam luidt: Het Woord van God” (Openb. 19:13).

Hoe is het met jouw groei in verlangen? Groei in verlangen naar Hem en naar perspectief in het leven. Voor jongeren én ouderen. Voor de korte termijn en de langere termijn. Zijn we als ouderen slechts gericht op het hier en nu, of kunnen we als volwassenen aan de jongeren onder ons het perspectief van Gods koninkrijk bieden? Mijn verlangen is dat we (jong en oud) van-hart-tot-hart kunnen spreken over de essentiële dingen van het leven. Zijn trouw en liefde zijn er voor alle generaties. God is dezelfde, gisteren, vandaag en morgen. We zijn samen op weg, in het geloof, dat het Woord zich niet in boeien laat slaan (2Tim. 2:9). Het resultaat van het werk van de Heilige Geest zal bij de wederkomst volmaakt in ons gezien worden: we zullen heilig zijn, zoals de Heer heilig is. Laten we bidden dat God ons wil helpen om elke dag op Zijn Woord en Zijn Geest af te stemmen. Zodat we in onze omgeving harmonie en blijdschap kunnen verspreiden. Tot eer van onze Schepper.

Om te bidden

Machtige Schepper van hemel en aarde. Geprezen zij Uw Naam! Barmhartig God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Leer mij te luisteren naar de stem van Uw Geest. Leid mij en leer mij door de Heilige Geest, want anders kan ik de Bijbel niet begrijpen. U hebt aan ons de Zoon van uw liefde gegeven. Door de dood van Christus is de macht van de zonde in ons leven verbroken. Het kruis van Christus bevrijdt ons om een nieuw leven te kunnen leiden. Door uw Geest wilt U in mij wonen. Ik vraag U om mij te helpen mijn ware ik alleen in Jezus, uw Zoon, te zoeken. Laat me ontdekken wat het betekent dat ik in Hem een nieuwe schepping ben, een geliefd kind van U, meer dan overwinnaar in alle omstandigheden. Leer mij te wandelen door geloof. Uiteindelijk wil ik alleen leven voor de komende nieuwe wereld die door U is beloofd. Ik wil U volgen omdat het me uitsluitend en alleen om U gaat. Leer mij wat het betekent om niet naar het vlees te wandelen, maar naar de Geest. Geef me een verlangen naar Uw heiligheid. Dank U dat ik er zeker van mag zijn, dat U dit alles door Uw Woord en Geest in mijn hart kan en wil en zal werken. Amen.

Dik Kroon